5 August, 2007
Op het eerste zicht lijkt het verbazingwekkend hoeveel service stations er langs de weg zijn in dit eerste deel van Rusland. Maar mannen weten al snel waarom. Gedurende vijf uur worden onze wagens behandeld als een banaancocktail, geschud door een drilboorarbeider met Parkinson. Dan verschijnen de eerste tekenen van maatschappelijke en sociale cohesie. De houten schuurtjes met gefnuikte ambitie op de vastgoedmarkt maken plaats voor relatief luxueuze buitenwijken. De symbolen op de wegborden zijn trouwens ook ietwat anders hier. Regelmatig wordt onze aandacht gevraagd voor het feit dat we ons een paar honderd meter verderop kunnen verwachten aan opstijgende herten of twee rennende figuurtjes die aan elkaars oksel ruiken.
Toch is dit nog niet de echte voorstad van Saint Petersburg. Die maakt zichzelf snel kenbaar. De ruime beboomde lanen verdwijnen en worden vervangen door flats, flats, en flats. En daarnaast flats in aanbouw. Bouwen, jongens, bouwen die handel. Al die appartementsgebouwen zetten zichzelf niet. Een lege vierkante meter die geen werf is, is meestal een parkeerplaats. Na de werven komen de bewijzen van een planmatig industrieel verleden. Stadsarchitecten hadden toen nog betonquota die moesten gehaald worden. En socialisme. Dat is iets met mensen. Die kan je bijvoorbeeld bij mekaar zetten in gigantische fabrieksgebouwen. Of in administratietorens die de natte droom lijken van een bureaucraat met een archiefdozen-fetish. En dan liefst plaatsen ze die nog temidden van de slaapwijken zodat er efficienter kan gependeld worden.
Om het kwartier klinkt het door de walkie talkie dat we er ongeveer zijn. Er gaan vele zulke kwartieren voorbij. Dus wordt er besloten eens de weg te vragen. Onze kaart van de noordelijke hemisfeer blijkt immers onrechtvaardig weinig aandacht te schenken aan de straatdetails van St Petersburg. Maar met behulp van een stevige brok intuitie en ook een beetje het stratenplan van een sympathieke senior trompettist, lopen de zaken behoorlijk vlotjes.
Wanneer we de brug over de enorme stadsrivier oversteken, wordt de achtergrond van de stad opgelicht door een gigantische vuurbal. De volgende dag blijkt het te gaan om de ontploffing van een slecht onderhouden gasinstallatie. (Al spraken de eerste berichten over een meteorietinslag. Niemand die daar vreemd over deed. De kritische ingesteldheid ten opzichte van officiele berichtgeving staat hier nog enigszins in zijn kinderschoenen. Nu ja, bij ons geloven de mensen ook dat de begroting alweer sluitend is. Maybe they just don’t care.)
Na enig verder zoekwerk tussen de Peterburgse woonwijken, arriveren we tegen halfdrie ‘s nachts op onze slaapplaats bij Maria, wederom een bijzonder sympathieke jonge Russische dame. En parkeren de wagens in een van de beveiligde parkings die hier in grote getale aanwezig zijn.
De volgende dag worden we op sleeptouw genomen door Elena, een charmante en energieke Russische zakenvrouw, en eveneens administrator van de Pouchkine Foundation. De ochtend wordt besteed aan het voorwerp van onze charity-activiteiten: het centrum voor kinderkankeronderzoek, in een ziekenhuis net buiten de stad. Het geheel van opnames met de -voor de verandering duidelijk Engels sprekende- hoofddokter van de afdeling, verlopen erg vlot. Pediatrische kanker blijkt veel beter behandelbaar dan die bij volwassenen. En meteen wordt duidelijk waar de budgettaire schoen wringt. De overheidsdotaties zijn de laatste jaren weliswaar gelukkig enorm verhoogd, en geven het centrum de ruimte om jaarlijks miljoenen roebels te spenderen aan de dure –want gepatenteerde- medicijnen. Maar het is erg moeilijk om toestemming te verkrijgen voor enige andere noodzakelijke uitgaven. Zelfs voor de meest triviale elementen. Bijvoorbeeld aan reparatie van de waterleidingen. Daarom hebben prive-giften, hoe relatief ook ten opzichte van die grote subsidies, zo een bijzonder grote impact. De Pouchkine Foundation, die het peterschap van deze afdeling op zich heeft genomen, zamelt dit jaar geld in voor ondermeer een cardiometer en voor de herstelling van de kranen in de ruimtes waar de moeders met hun behandelde kinderen kunnen eten.
Het eerste deel van de namiddag brengen we door in het Pouchkine Museum, gelegen in het prachtige oude stadsdeel van StPetersburg, niet zover van het Hermitage. En vervolgens overtuigt Elena ons om de rest van onze wel erg beperkte tijd te spenderen aan een boottocht doorheen de stad. Een fantastisch idee, zo blijkt.
Even de twee essentials over StPetersburg. Primo, de stad is driehonderd jaar geleden vanuit het niets als nieuwe hoofdstad opgebouwd door ene tsaar Peter De Grote. Dus amper vervallen gebouwen. Alles nieuw. Zo goed als. En –secundo- ze is volledig op de cultuur van het toenmalige West-Europa geinspireerd. De stad was, en is nog steeds, het creatieve centrum van het Russische rijk. Maakt meteen ook duidelijk waarom StPetersburg zo een verrassend mooie en vooral erg romantische stad is.
Tegen een uur of tien sluiten we de avond af in het restaurant van Anastasia, een goede kennis van Elena. Anastasias specialiteit is de echte Russische keuken. En hey, laat dat nu net zijn waar we zin in hebben. Bring on the borsjt! We worden vervoegd door Elena’s welbespraakte dochter Anne-Maria. En eveneens Maria, bij wie we ook de tweede nacht blijven slapen, komt mee eten. In Rusland blijkt het geluk te brengen om te zitten tussen twee gelijknamige mensen. (Dat merken we later op de baan ook een paar keer als Pedro en ik onze naam zeggen. Ze komen dan steeds tussen ons in staan). Ik zit tussen de twee Maria’s en mag een –stille- wens doen.
My god, Russen zijn fantastische, hartelijke mensen.
P’’’

